Gras geen bijzaak maar motor achter 12.000 liter melk
Gras is gras, wordt er weleens gezegd. Maar niet bij maatschap Mulder-Reinders in het Drentse Wezup. De grasteelt benaderen Johan en zijn vrouw Jantje op een akkerbouwmatige manier waarbij niets aan het toeval wordt overgelaten. Ze krijgen het voor elkaar om 12.000 liter melk per koe te produceren en ook nog volop weidegang toe te passen. De titel Beste Graslandboer van Nederland komt hen dan ook volledig toe.
Op de vraag hoe het komt dat de melkveehouders zo fanatiek met het graslandbeheer bezig zijn, volgt eerst een korte stilte. Daarna: “Het is onze passie. Misschien wel een roeping”, zegt Johan. De passie ontstond toen Johan als jonge boer aan studiegroepen deelnam. De kennis die hij daar verzamelde, paste hij toe op zijn bedrijf. Door het zichtbare resultaat werd hij steeds fanatieker. Van de andere kant is de grasteelt voor Johan en Jantje ook een rationele keuze waarmee zij kosteneffectief hun bedrijf runnen. Van de 60 hectare grasland die ze in beheer hebben, is 50 hectare blijvend grasland en 10 hectare natuurgras. Daarnaast telen ze elk jaar 10 tot 12 hectare mais. Johan: “We hebben voldoende grond voor onze 115 koeien. Door gras te telen, hoeven we minder eiwit aan te kopen via krachtvoer en eiwitrijke grondstoffen. Het houdt onze voerkosten laag.”
Loonwerker denkt mee
Jantje geeft aan dat de aandacht voor het grasland zich ook vertaalt in een graszode die lang meegaat. De meeste percelen worden tien tot twaalf jaar oud. Sommigen gaan nog langer mee. Dit betekent dat er weinig kosten zijn voor graslandvernieuwing en er geen grassnedes verloren gaan omdat de nieuwe graszode zich nog moet vormen. Johan: “Vorig jaar zag ik in de buurt een pas ingezaaid weiland dat na de tweede snede als naar de klote was. Zoiets moet je dus voorkomen.” Om langdurig van graspercelen te kunnen genieten, is de aandacht van de boer niet het enige dat telt. Ook de loonwerker heeft invloed op de kwaliteit van de weilanden. Tractors en machines worden steeds zwaarder. Wanneer niet de juiste maatregelen genomen worden, kan de kwaliteit snel achteruit gaan, weten de ondernemers. “We werken daarom samen met loonwerkers die met ons meedenken. Bijvoorbeeld om met de juiste bandenspanning te rijden en niet altijd over hetzelfde spoor te rijden zodat de bodem minder verdicht.”
In najaar voorsorteren op voorjaar
Met de najaarswerkzaamheden op het grasland, sorteren de melkveehouders al voor op een hoge graskwaliteit én grasopbrengst in het jaar erop. Op het moment dat de koeien op stal komen, wordt de wiedeg achter de tractor gehangen. Alle percelen krijgen hiermee een flinke schrubbeurt zodat onkruiden en slechte grassen al vroegtijdig uit de grond getrokken worden. Daarna worden de percelen met een klepelmaaier kort gemaakt. Jantje: “Het gras moet kort de winter in. Als het gras in de winter nog doorgroeit, laten we het schapen weer kort maken.” Het voorjaarswerk begint eigenlijk al einde winter als Johan zijn eerste ronde door de weilanden maakt. “Ik loop vaak door het gras. Je ziet altijd wat en ik vind het nog ontspannend ook.” De drainagebuizen worden gecontroleerd op hun werking en de aanwezige mollen worden gevangen. Daarna maakt Johan een planning. Welke percelen kunnen bemest worden en hoe kan de mest het best verdeeld worden? De melkveehouders hebben hiervoor een vaste stelregel. Een perceel dat eerst beweid wordt, krijgt 20 kuub rundveedrijfmest per hectare. Wordt een perceel eerst gemaaid en dan beweid dan wordt er 25 kuub mest per hectare uitgereden. Bij tweemaal maaien krijgt een perceel 30 kuub per hectare. Een goede verdeling en bemesten naar gebruik is voor de ondernemers belangrijk.
Nieuw Nederlands Weiden
De melkveehouders passen het Nieuw Nederlands Weiden toe. Dit houdt in dat koeien elke dag een nieuwe grasperceel krijgen toewezen. Dit systeem combineert een hoge opname van vers gras met een hoge melkproductie. Het beweidingssysteem is overzichtelijk voor het weiden van grotere koppels koeien. Daarnaast hebben wisselende weeromstandigheden minder invloed op de grasopname waardoor het een robuust beweidingssysteem is. Hierdoor lukt het om hun koeien jaarlijks maar liefst tweeduizend uur weidegang aan te bieden. Omdat de melkveehouders op zandgrond boeren, strooien ze in het voorjaar een zwavelmeststof met 32 procent zwavel. Dit bevordert de grasgroei en stimuleert ook het eiwitpercentage in het gras. De kunstmestgift wordt vanwege het beweidingssysteem verspreid over het jaar toegediend, waarbij vooral voorkomen wordt dat de weidepercelen te hard groeien. “Want dat is slecht voort de eiwitbenutting”, weet Johan. “We stemmen de kunstmestgift af op de gewenste opbrengst.”
Dagelijks 6 tot 8 kilo droge stof per koe
Op het bedrijf in Wezup wordt er drie keer per dag gemolken waarbij de koeien twee keer per dag naar buiten gaan. Deze manier van werken is redelijk arbeidsintensief, maar houdt de koeien wel actief. Hierdoor ligt de dagelijkse drogestofopname uit gras op 6 tot 8 kilo droge stof per koe. Naast het verse gras krijgen de koeien op stal een gemengd rantsoen met daarin onder andere snijmais (5 kg/ds/koe) en kruidenrijk gras (1 kg/ds/per koe). Het kruidenrijk gras bevordert de gezondheid, merkt Johan, die het kruidenrijk gras in balen opslaat zodat het jaarrond kan worden gevoerd. “Sinds dit gras in het rantsoen zit, zijn er veel minder problemen met de vruchtbaarheid.”
Maaimoment bepalen op gevoel
Het maaien van de eerste snede doet Johan op gevoel. Als hij ’s ochtends een rondje door het gras loopt, en zijn broek is tot aan de knieën nat, dan belt hij de loonwerker. Meestal dient dit moment zich zes tot zeven weken na het bemesten aan, als de stikstof maximaal is omgezet in eiwit. “Kijken naar de buren doen we niet. Bij het bepalen van het maaimoment gaan we af op ons gevoel.” Het gras wordt op een stoppellengte van 7 tot 8 centimeter gemaaid. Na één keer schudden gaat het de volgende dag de kuil in. Het ideale drogestofpercentage is 45 procent. “Dan is de bestendigheid van het eiwit hoger”, weet Johan. De loonwerker hakselt het gras zo kort mogelijk. Dit is goed voor de verteerbaarheid en bevordert ook het aanrijden van de kuil. Om in- en uitkuilverliezen te voorkomen, laten Johan en Jantje de shovel op de kuil extra lang op en neer rijden. “Het liefst nog een uur nadat de laatste opraapwagen gelost heeft.” Na het aanrijden is de graskuil binnen een uur afgedekt. “De zon moet in de kuil blijven.” Bij droogte wordt het gras proactief beregend. De melkveehouders zijn daarmee niet aan de zuinige kant. “Gras moet blijven groeien om de onkruiddruk laag te houden en de meststoffen optimaal te benutten. Zo gaan er weinig mineralen verloren en blijft de graszode vele jaren van goede kwaliteit.” Hoewel het grasmanagement voor Johan en Jantje de normaalste zaak van de wereld is, zijn ze voor velen een inspirator voor het ideale grasmanagement. Terecht zijn ze daarom de Beste Graslandboer van Nederland 2025*.
* De Beste Graslandboer van Nederland 2025 is een initiatief van Veeteelt. Barenbrug is partner van deze jaarlijkse verkiezing.
Soja uit rantsoen met kruidenrijk gras
Johan en Jantje Mulder zijn erg in hun nopjes met het kruidenrijk gras waarin naast Engels raaigras en klavers ook chicorei en smalle weegbree aanwezig zijn. Juist deze twee plantensoorten zijn volgens Johan verantwoordelijk voor de verbeterde gezondheid. De Drentenaren kuilen het kruidenrijk gras apart in zodat ze dit het hele jaar in het rantsoen kunnen toepassen. De opname van het kruidenrijke gras is goed. “Als we de koeien in de zomer op het perceel laten weiden, willen ze er niet uit om gemolken te worden. Ze vreten het erg graag.” Het bijzondere aan een kruidenrijk perceel is dat het eiwitpercentage niet hoger is dan van Engels raaigras, zelfs iets lager, maar dat er 1 kilo soja uit het rantsoen gehaald kan worden zonder dat het invloed heeft op de melkproductie of het melkeiwit. “Mijn ervaring is dat kruidenrijkgras meer doet dan voerdeskundigen kunnen aantonen.” Johan heeft nog wel een tip. Omdat het kruidenrijk gras bij hem op hoger gelegen perceel staat, is het gevoeliger voor droogte. Vooral Engels raaigras is daar gevoelig voor. “Zorg dat je tijdig start met beregenen ondanks dat de kruiden nog groen staan.”
pH van bodem zwaar onderschat
De pH van de bodem is volgens Johan en Jantje Mulder een ondergeschoven kindje. Zij streven naar een pH van 5,4 tot 5,6. Regelmatig wordt de grond bemonsterd en indien nodig gaat er in het najaar schuimaarde Betacal flow over het gras. “De kwaliteit van de bodem is zoveel beter als de pH goed is”, zegt Johan. “Het bodemleven floreert dan optimaal. De grond is ruller en heeft een optimale vochthuishouding. Het gras groeit jaarrond hard en er treedt minder structuurschade op. Allemaal winstpunten als je toewerkt naar de juiste pH.”